De aanslag op het Zaandamse Arbeidsbureau
De waarschijnlijk meest spectaculaire verzetsactie in de Zaanstreek betreft de aanslag op het Gewestelijk Arbeidsbureau in Zaandam. In de nacht van 20 op 21 mei 1943 verdween de administratie van het bureau in de vlammen. Onlangs, 65 jaar na dato, dook er een nieuwe foto op van de immense brand die het gevolg was van deze sabotage.
De foto, door een onbekende fotograaf kort na de aanslag gemaakt, is door Ronald Bouwknegt uit Castricum gevonden op een rommelmarkt. Zichtbaar is hoe er van de voormalige Bakkersschool aan de Zaandamse Oostzijde weinig meer resteert dan de buitenmuren. Het binnenwerk is totaal uitgebrand.
Vanaf 1942 probeert de nationaal-socialistische bezetter in toenemende mate om Nederlandse mannen in te zetten aan het Duitse arbeidsfront. Waar dat eerst vrijblijvend gaat, wordt deze inzet vanaf begin 1943 verplicht voor mannen van 18-35 jaar. Voor de Zaanse illegaliteit is dat reden om een poging te doen de administratie van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Zaandam te vernietigen. Het initiatief komt van de voormalige Arbeidsbureau-medewerker Frans van Os (wat overigens wordt bestreden door de Wormerveerse verzetsman Jaap Boot, die claimt Van Os te hebben gevraagd voor de klus). Van Os bespreekt zijn idee met Douwe Soepboer, de hoofdbewaker van de Zaandamse Artillerie-Inrichtingen. Die voelt wel voor het plan. Het tweetal haalt Gerrit Huig erbij, van de gelijknamige drukkerij. Zijn woning staat vlakbij het Arbeidsbureau en is daarom een ideale plaats om de benodigde springstoffen te verbergen. Soepboer verzamelt vervolgens bij zijn werkgever 75 kilo lichtsas (een makkelijk ontvlambare stof die zorgt voor grote hitte), kruit en een lont.
Van Os, in het bezit van een valse sleutel, en Soepboer dringen rond middernacht het Arbeidsbureau binnen. Eerder die dag hebben ze, behalve de sleutel, informatie over onder meer de bewaking in ontvangst genomen van Arbeidsbureau-medewerker P. van Strijen. De ambtenaar maakt het hen nog makkelijker door alle kasten in het gebouw open te laten. In de uren na hun inbraak gooien Van Os en Soepboer zoveel mogelijk documenten op een stapel, leggen de lont er onder en verspreiden de lichtsas door het gebouw. Huig en zijn echtgenote staan in de tussentijd op wacht, gewapend met een pistool. Voor alle zekerheid zijn de avond voor de aanslag diverse ondergronds werkende Zaankanters gewaarschuwd om een nachtje elders te gaan slapen, een voorzorgsmaatregel die moet voorkomen dat de Sicherheitsdienst onmiddellijk na de aanslag mensen van hun bed kan lichten. Huig en Soepboer zijn uren bezig met hun ondermijnende werk, af en toe onderbroken door een niesbui van de aan hooikoorts leidende Van Os. Ter afsluiting schakelen ze de brandmelder uit, draaien een gaskraan open en steken een lont aan. Om 3.00 verlaten ze ongezien het gebouw. Frans van Os gaat naar het echtpaar Huig, Soepboer naar een verzetskennis in de Eendrachtstraat. Vijf minuten na hun vertrek slaan de eerste vlammen uit het Arbeidsbureau.
Brandweercomandant J. Koelewijn woont op een steenworp afstand van het Arbeidsbureau, aan de Halstraat. Hij ziet de vlammenzee, maar wacht met uitrukken tot hem een officieel alarm bereikt. Mede door de trage bluswerkzaamheden van de Zaandamse brandweer duurt het een volle dag voor de vlammen gedoofd zijn. Sloop van het Arbeidsbureau is daarna de enige optie. Brandexperts slagen er in om de argwanende Sicherheitsdienst er van te overtuigen dat er sprake is geweest van een gasexplosie. Sancties tegen de Zaanse bevolking blijven daardoor uit. De aanslag maakt het de bezetter in de navolgende jaren een stuk moeilijker om Zaanse mannen op te roepen voor de Arbeitseinsatz.
In de nasleep van deze actie gaat er overigens nog wel iets mis. Gerrit Huig in het boek Walraven van Hall. 10 februari 1906-12 februari 1945: “Door een samenloop van omstandigheden geraakten wij door een van de mededaders in gevaar. Op aanraden van de heer Soepboer (…) heb ik mij in verbinding gesteld met Walraven [van Hall, E.S.]. Het was een zeer delicate zaak en ik achtte hem uitermate geschikt om alles in het reine te brengen, wat hij met medewerking van de heer Buijs ook prompt gedaan heeft.” Onduidelijk is overigens welk gevaar verzetsleider Walraven van Hall en diens kameraad Jaap Buijs neutraliseren. Wellicht heeft het te maken met het via een ‘goede politieman’ ontvangen bericht dat de Duitsers het vermoeden hebben dat Soepboer en enkele andere medewerkers van de Artillerie-Inrichtingen betrokken zijn bij de aanslag op het Arbeidsbureau. Er volgt een razzia, maar de gewaarschuwde verzetsmensen zijn dan al gevlogen.
Een bekende foto van het Arbeidsbureau, kort na de aanslag

